Ik zat in een auto
en stond in de file;
zo’n stoet goedbedoeldheid
vertoornd op zichzelf.
Ik zat in een auto
en voelde het wegdek
de wielen beroeren;
mijn wankel gestel.
Ik zat in een auto
zo rood als een bloedcel
en ik was de zuurstof,
zoals we dat zijn.
We kwamen in auto’s
en pompten deswege
het hart der verstandhouding
vol en voorbij.
– O. W. Benink
Plaats een reactie