Ik zeg een nee nu welterusten. Rond de klok voltrok hij vriendschappen – tussen wat naast de bres nog restte en gebroken brokken ik.
Wij werden lui en verdroegen elkaar tot in het verschiet. Gehavend misten wij de boot. Vanaf daar werd het een rotoptocht. Nee duldde geen bries.
Nee was de reflex op een fantastisch molest. Geweldig in plegende zin; mijn thuis ontnemend, kinds, pleeggezind. Nee! Welwillende weigering.
Gesloten in (een) (denk)richting. Nee gehuld in wit gewaad. Wij werden omringd door broeders en zusters; wij waren zorgwekkend. Ja? Ontzorgend ontslag?
Stuurloos willen was een pleonasme. Roerloos door gevaren. Onbemande vrouwen zochten stoere coureurs. Wie maakt dat de wegwijs? Een verkeerd bord?
Ja want anders nee. Simpel. Isolatie: geestdriftig maar met spatie. Drie terugtoetsen verhogen de slagingskans. Ja. De eerste twee stappen zijn gezet.
Ik zeg een nee nu welterusten. Niets beoogt hij nog, pupil van de nacht. Knikkend zie ik haar volkomen. Schuddend ving ik maar een glimps.
– O. W. Benink
Plaats een reactie