“Oké” verzucht ik
weifelend
middel- tegen wijsvingers wrijvend
als pijpen van kleine brede broeken
die schuren bij elke schrede
Vingervlug:
“Ik kom naar de toekomst toe”
Popelende handen
Trappelende poten aangedreven
door diametrale cirkelredeneringen
Was ik maar recht door C
“Wacht” zeg ik zacht
En ik gehoorzaam
En ik wacht
En in onwaarheid verblijf ik
terwijl de toekomst nadert
Terwijl de toekomst nadert
– O. W. Benink
Plaats een reactie